3 redenen om naar wielrennen te kijken

Er zijn heel veel, zeg gerust alleen maar, goede redenen om naar wielrennen te kijken. En de beste redenen om het te doen zijn van een andere aard dan u mogelijk vermoedt. 

1. Naar wielrennen kijken is ontstellend monotoon

Niet-wielerliefhebbers beweren dat wielrennen saai is. Ze hebben gelijk. Het merendeel van de tijd gebeurt er in een wielerwedstrijd bijna niets, volstrekt niets of zelfs dat niet. Een groep vluchters die hun ontsnapping als doel op zich bezien, rijden een hele namiddag minuten voor het peloton uit, dat hen na uren van georkestreerd gelummel bij de lurven vat.

Ik hoor nu te schrijven dat het heus niet altijd zo gaat. Dat ik er een karikatuur van maak en dat een doorsnee wielerwedstrijd niet uitsluitend het laatste kwartier spannend is. Ik hoor u te verleiden met drieste manoeuvres, onbezonnen inhaaljachten, spectaculaire valpartijen, krankzinnige afdalingen, gestoorde beklimmingen en hartverscheurende lijdenswegen. Ik vraag me alleen af: waarom appreciatie laten afhangen van de hoeveelheid zichtbare actie?

Ook wielerliefhebbers zijn niet ongevoelig voor deze benadering: de meeste wedstrijden zijn te langdradig, de wielerliefhebber veroudert, dus wielrennen moet zich conformeren aan de inwisselbare grillen van de consument, die kickt op hapklaar en vluchtig spektakel. Als er iets is wat wielrennen niet is.

Wielrennen is in de loop der jaren niet saaier geworden. Ik denk zelfs het tegendeel. (het zou ook kunnen dat ik in al die tijd het naar wielrennen kijken beter onder de knie heb gekregen, waardoor ik die indruk heb) Soms gebeurt er in wielrennen wat. Vaak ook niet. Veelal wanneer je het niet verwacht. Zelden wanneer je het verwacht. Kortom onmogelijk te rijmen met de aanname dat de consument à la carte op zijn wenken moet worden bediend.

En dus moet het wielrennen veranderen, veranderen zal het wielrennen. Een tv-serie met een gemiddelde van één moord per kwartier is ongetwijfeld vele spannender dan een klassieke roman, maar gek genoeg trekt geen weldenkend mens het bestaansrecht en de waarde van literatuur in twijfel. Durf ik te opperen: misschien vormt niet zozeer wielrennen het probleem, maar de wijze waarop we naar wielrennen kijken. Misschien zeggen de onheilstijdingen over wielrennen meer over deze tijd dan over wielrennen zelf. Het is nu eenmaal gemakkelijker om te eisen dat wielrennen verandert, dan de eigen verwachtingen tegen het licht te houden.

Daarom alleen al is wielrennen heilzaam. Het is een oase van rust en kalmte in een woestijn van entertainment vol prikkels van dezelfde soort. Daarom kijk ik nu al uit naar de sprintetappes in de Tour. Vijf uur aan een stuk niets. Gelukkig dat dit nog kan. Gelukkig dat wielrennen nog bestaat of men zou het moeten uitvinden. En geniet van uw namiddagdutje.

2. Er wordt in wielrennen vals gespeeld

Niet-wielerliefhebbers zeggen dat bedrog nooit uit wielrennen zal verdwijnen. En wederom moet ik ootmoedig erkennen dat ze gelijk hebben.

Ik hoor nu te schrijven hoe verderfelijk ik doping vind. Dat doping het wielrennen besmeurt. Dat ze alle dopingzondaars levenslang uit de sport moeten verbannen. Ik bedank hen liever. Niet omdat ik het zo knap vind dat ze zichzelf oneigenlijk bevoordelen om zo snel mogelijk een riant contract te versieren. Wel omdat ze (ik vermoed) onbewust het wielrennen weer levendig hebben gemaakt.

Ik leg uit. In de beginjaren van het wielrennen begonnen tal van kranten om hun oplage de hoogte in te jagen met de organisatie van een eigen wedstrijd. Denk aan de Tour, een commerciële stunt van de krant L’Auto in 1903. Om een zo groot mogelijke massa te bezielen, aanzagen wielerjournalisten het werkelijke wedstrijdrelaas slechts als aanleiding om heroïsche en fel aangedikte verhalen te vertellen. Dit leverde grandioze mythen op die tot op heden gelden als de werkelijkheid. Wat ik wil dat u hiervan onthoud: de wielersport heeft haar succes en traditie te danken aan een nonchalante omgang met de waarheid.

Maar toen kwam de televisie die de krantenjournalist alias miskende romanauteur van zijn relevantie ontdeed. Wielerliefhebbers konden nu zelf aanschouwen hoe hemeltergend saai een voorheen lyrisch bezongen heroïsche solo in wezen is en wielerjournalisten konden niet langer zomaar wedstrijdrelazen fabuleren zonder als fantast te worden ontmaskerd.

Echter niet getreurd, mensen. De Tour van 1998, de notoire Festina-Tour, blies de complexe verhouding tussen wat echt is en wat niet nieuw leven in. Bedrog van uiteenlopende aard was er altijd al, maar werd indien mogelijk discreet onder de mat geveegd. Lezers willen daar niet van weten! En wie baat het dat zulke verhalen boven water komen? Renners niet, sponsors en organisatoren niet. En journalisten evenmin.

Ze zagen één ding helaas over het hoofd: doping genereert verhalen die niet minder tot de verbeelding spreken dan de mythen en legenden van weleer. Om het lot van Marco Pantani en Frank Vandenbroucke wordt nog altijd geweend. En Lance Armstrong schreef een thriller die door geen literair wonderkind te evenaren valt. Elk op hun manier hebben ze de tragiek van het leven weerspiegeld.

Doping en vals spel in het algemeen zorgen voor frictie tussen de voorgestelde realiteit en de zo onzichtbaar mogelijk gehouden werkelijkheid. Wielrennen als idylle uitgebeelde intrige die de wielerliefhebber uitdaagt met zichzelf in discussie te treden. Wat is echt? Wat niet? Waarom wel? Waarom niet? Het antwoord volgt misschien ooit, waarschijnlijk nooit. In ruil maakt hij deel uit van een wereld vol tragikomische karakters, dwaze absurditeiten en ironische wendingen waaraan hij zelf een betekenis moet toekennen. Ik kan het niet anders zeggen: doping heeft het wielrennen behoed van de ondergang.

3. Wielrennen begrijpen is een tijdrovende kwestie

Niet-wielerliefhebbers menen dat wielrennen gelijkstaat aan om het snelst fietsen van punt A naar punt B. Hierin vergissen ze zich. (blijkt dat niet-wielerliefhebbers niet alwetend zijn)

Ik betoogde reeds dat bedrog een schat aan verhalen opdiept en kijken naar wielrennen niet eenvoudiger maakt. Wielerliefhebbers met verstand van zaken vergelijken wielrennen graag met een roman. Hiermee wil ik afronden: het is de roman die zich geflatteerd mag voelen.

Hoe gebeurt dat ook, wielerliefhebber worden? Eerst denk je: wielrennen, een sport zoals er veel sporten zijn. Niettemin begin je om de een of andere reden vaker te kijken. Je leert de type races en de soorten renners kennen. Nog later begin je notie te krijgen van tactiek. Je maakt kennis met de rijke traditie van wielrennen die woekert tot in het heden. Je begint verbanden te leggen die vroeger aan je oog ontsnapten. Je vraagt je af welke verbanden je nog allemaal mist en waarom je niet eerder interesse toonde in wielrennen. En dan ben je nog maar net wielerliefhebber.

Laagje na laagje ontbloot zich. Zal blijken dat wielrennen een zichzelf schrijvend universum is met een begin zo ver terug in de tijd dat de schijn opwekt dat wielrennen altijd al bestond en met een einde dat nog onbestemder is. Dat renners personages zijn die nooit uit hun rol kunnen vluchten en het onderscheid tussen die rol en zichzelf allang niet meer zien. Dat de wielerliefhebber wil geloven wat hij ziet, zich probleemloos laat bedriegen, zolang de illusie maar intact blijft. Dat de onvermijdelijke vervlechting van zichtbare realiteit en onderhuidse werkelijkheid verhaallijnen oplevert die almaar herschreven moeten worden en waarvan de correcte weergave niet bestaat. En dat hoe meer je weet over dit dubbelzinnige en gelaagde spel, hoe meer je erover wilt weten.

Wielrennen beschouwen als een wedstrijdje om het snelst van punt A naar punt B fietsen, getuigt dus van onwetendheid of ongeduld. Wielrennen begrijpen kost tijd. O ja, en werkelijk het mooie is: lukken zal het nooit.

Benieuwd hoe je nu een échte wielerfan wordt? 

Hoe word je een wielerfan? - Matthias Vangenechten

Hoe word je een wielerfan en blijf je er een?

Matthias Vangenechten

Ontdek het boek